Kinderopvang als springplank

Kinderopvang als springplank

Brussel is niet alleen onze hoofdstad, de Europese hoofdstad of wereldwijd de tweede meest kosmopolitische stad. Brussel is zelfs niet alleen mijn stad.

Brussel is ook de jongste stad van ons land: tien van de twintig jongste gemeenten (gemeenten met de laagste gemiddelde leeftijd) zijn Brusselse gemeenten. Of zelfs zeven van de tien jongste gemeenten. Net daarom vind ik het zo belangrijk om Brussel door kinderogen te bekijken. En de uitdagingen aan te gaan die zich bij ons meer stellen dan in de andere gewesten van dit land. Waar de grote uitdaging in Vlaanderen immers de vergrijzing blijft, moeten wij oplossingen vinden voor vergrijzing én vergroening.

Daarom hebben we de afgelopen jaren ook zo sterk ingezet op scholen bouwen in Brussel. En willen we dat in de toekomst blijven doen. Want onderwijs is natuurlijk dé manier om een mooie toekomst voor al onze ketjes te verzekeren.

Maar eigenlijk moeten we zelfs al vroeger beginnen. Want ook in kinderopvang zijn er echte capaciteitsnoden. En wanneer je toch kinderopvang hebt gevonden, is het voor veel ouders een te grote kost. Dat moet beter kunnen, want goede kinderopvang draagt niet alleen bij aan de ontwikkelingskansen van je kind, het zorgt er ook voor dat ouders zonder kopzorgen hun werk- en gezinsleven kunnen combineren.

Daarom moeten er echt meer en goedkopere plaatsen in de kinderopvang komen. We moeten niet alleen zorgen voor méér plaatsen, maar de kosten kunnen ook lager. Bijvoorbeeld door de belastingvermindering voor kinderopvang te verdrievoudigen.

En daar mag het niet ophouden. Voor de ouders die er alleen voor staan, of ouders die in shiften werken, moeten we ook de flexibiliteit proberen voorzien die hen tegemoet komt. Door flexibelere uren bij kinderopvang of bij naschoolse opvang. Zo geven we kinderen alle ontwikkelingskansen en hun ouders alle kansen op de arbeidsmarkt.