Wanneer gescheiden ouders ruzie blijven maken, moeten we beter naar kinderen luisteren

25 april is de internationale bewustwordingsdag voor oudervervreemding en ouderverstoting. Die woorden roepen nog altijd bij weinig mensen herkenning op. Het duidt meteen ook het belang van zo’n internationale bewustwordingsdag: de slachtoffers, kinderen en ouders, blijven nog te vaak in de kou staan.

Ouderverstoting ontstaat wanneer een kind zich héél sterk aligneert met één ouder, terwijl het afstand neemt van de andere ouder, of die zelfs helemaal verstoot. Al te vaak komt dit voor in het kader van een (v)echtscheiding. Experten spreken in dit opzicht van de manipulatie van het kind: de ene ouder misbruikt het kind om de ex-partner te treffen. Het gaat dus niet om die gevallen waarbij er een echte reden is waarom een kind geen contact meer wil, maar ze eigenlijk een van hun ouders napraten. Het kind wordt letterlijk opgezet tegen een van de ouders. Zonder af te doen aan de schrijnende toestanden die dit veroorzaakt bij de verstoten ouder (kan u zich voorstellen hoe het voelt wanneer je eigen kind je niet meer wil zien?), is het belangrijkste slachtoffer in zo’n geval natuurlijk het kind zelf. Deze kinderen slepen vaak jarenlang psychische problemen mee (tot en met wanneer ze volwassen zijn) en vertonen vaak in grotere maten alle problemen die al worden vastgesteld bij kinderen van gescheiden ouders (hogere schooluitval, lager zelfbeeld,…).

De wensen en dromen van een kind worden zo  ondergeschikt gemaakt aan die van de ruziënde ouders. Meer zelfs, ze worden hierdoor een deel van het conflict gemaakt. Terwijl ons land internationaal bij de koplopers voor kindvriendelijkheid hoort, ook wat justitie betreft, stellen we bij een te grote groep vast dat er  niet voldoende naar het kind geluisterd wordt. Naar wat het kind echt wil.

Harde cijfers zijn over dit fenomeen erg moeilijk te bekomen. Wetenschappelijk onderzoek  vermoedt  dat ouderverstoting zich in zo’n 4% van alle echtscheidingen voordoet. Alleen noteert de Vlaamse overheid  bij de cijfers rond hulpverlening enkel  of een kind spreekt van een slechte relatie met een ouder.  Ouderverstoting of –vervreemding komt in deze statistieken echter niet voor. Daardoor tasten we vandaag in het duister over een probleem dat wel degelijk ouders en kinderen dagdagelijks treft.  Duidelijke cijfers over hoe vaak dit probleem voorkomt, zijn een belangrijke voorwaarde om ook een goed preventief beleid uit te werken,  nieuwe gevallen te voorkomen. Of, wanneer preventie te laat komt, hulpverleningen en oplossingen te bieden.

Bewustwording is  met andere woorden  nodig: deze kinderen en ouders verdienen meer aandacht. Door erkenning en herkenning vanuit de overheid, kunnen slachtoffers op zoek naar de gepaste hulp en kan beleid gevoerd worden dat specifiek op deze problematiek inspeelt.

Maar ook vandaag kunnen we al beter doen: veel van deze slachtoffers passeren al in de familierechtbanken, omdat het in de meeste gevallen gaat om vechtscheidingen. Kinderen hebben al een spreekrecht gekregen (vanaf 12 jaar is dat automatisch, maar ook jongere kinderen hebben dat recht), maar rechters en sociaal assistenten geven aan dat het hen vaak ontbreekt aan de juiste tools om een kind goed te kunnen horen en zo de gezinssituatie correct in te schatten. Volgens rechters zélf zijn ze niet voldoende opgeleid om met jonge kinderen te spreken. Terwijl daar net de essentiële sleutel voor de oplossing ligt: om ouderverstoting aan te pakken, moeten we leren luisteren naar wat een kind écht wilt, niet naar het geruzie dat ouders soms via hun kinderen verderzetten.